Deze website maakt gebruik van cookies Meer informatie sluiten
Aanmelden nieuwsbrief

Technische tip: vering en demping

Foto: KNMV Foto: KNMV

Veel motorrijders willen hun vingers niet branden aan het veranderen van de vering en demping van hun motor. “Het is ook ingewikkeld”, zegt motorkeurmeester Erik van Lent. Tijd voor uitleg en tips.

Motorkeurmeester Van Lent begrijpt de terughoudendheid bij motorrijders wel. Het zelf aanpassen van je vering en demping vergt veel gevoel. “Je moet weten wat je doet én wat voelt”, zegt hij. “Je kunt alles strak vast schroeven, waardoor je het wegcontact verliest en als je alles slapjes instelt om de grip te bewaren, moet je weer oppassen dat de motor achter niet begint te drentelen.”

Bovendien zijn vering en demping niet hetzelfde, legt Van Lent uit. “Goed afgestelde demping zorgt er voor dat je niet over de straat stuitert en de vering zorgt dat het gewicht van de rijder en de motor 'gedragen' wordt. Een verkeerde afstelling kan gevolgen hebben die je zo op het eerste gezicht misschien niet verwacht. Als je bijvoorbeeld achter geen goed contact met het asfalt houdt en de motor te veel stuitert, kan hij ook happen uit je achterband nemen en zo voor een ongewenst slijtagepatroon zorgen.” Vandaar dat Van Lent een paar tips voor beginners raadzaam vindt.

Pak de motor bij zijn kop en kont!

Pak de motor bij de kroonplaat en duw de voorkant omlaag en laat die daarna weer terugkomen. Gaat het indrukken zwaar, dan kan de ingaande demping te veel zijn. Komt de vork snel terug, dan is er sprake van te weinig uitgaande demping. Zoiets kun je ook aan de achterkant doen: je pakt de motor achter vast, duwt hem naar beneden en laat hem terugkomen. Ook bij het middelpunt van de motor doe je dat, achter de tank. Voor en achter moet de motor gelijkmatig naar beneden gaan en omhoog komen. Is dat niet het geval, dan klopt je balans niet.

Men neme een stuk weg...

Als je wat zaken hebt veranderd, rijd je een route waar je met een bepaalde snelheid kunt voelen wat je motor doet. Op een 'biljartlaken' zal je waarschijnlijk minder problemen voelen. Een weg die je vaak rijdt, is handig. Vervolgens probeer je vast te stellen wat de motor doet. Springt hij? Dan moet je je demping aanpassen. Slaat hij door? Dan moet je met de veervoorspanning aan het werk. Als je voorvork te hard is afgesteld, kun je de veervoorspanning verminderen. Zorg er voor dat je voor en achter gelijkmatig afstelt. Verander je bijvoorbeeld achter veel meer dan voor, dan kun je onbalans in je motor veroorzaken. Doe alles stap voor stap en heel belangrijk: schrijf telkens op wát je verandert. Doe je dat niet, dan kun je vreselijk de weg kwijtraken.

Let op lekken

Goed contact met de weg kan van levensbelang zijn. Het verkort je remweg en biedt grip in en uit bochten. Ik zie in als keurmeester vaak lekke of 'zwetende' dempers. Officieel moet bijvoorbeeld de voorvorkolie na drie jaar of een bepaald aantal kilometers worden ververst. Dat is niet voor niets. Er zijn mensen – ook handelaren – die zeggen 'zo lang die demper er niet onder vandaan valt, is er niks aan de hand'. Fout. Een lekke demper doet – na verloop van tijd – niets meer.

Ook handig: een workshop

Veel veringspecialisten organiseren tegenwoordig workshops voor mensen die willen weten wat vering en demping doen en wat ze er als motorrijder zelf aan kunnen veranderen. Die workshops zijn zeer informatief en hebben dus wel degelijk zin. Vind je experimenteren te lastig en wil je weten wat er met de motor gebeurt, of doe je zelf al wat maar wil je meer weten, dan is zo'n workshop aan te raden.

Trefwoorden

Meer nieuws