Deze website maakt gebruik van cookies Meer informatie sluiten
Aanmelden nieuwsbrief

Motorbanden: check voor vertrek!

Erik van Lent noemt motorrijden een evenwichtssport. En daarom, zegt KNMV-keurmeester Van Lent is het van cruciaal belang dat je de staat van je banden goed checkt voordat je op de motor stapt.

Erik van Lent voert jaarlijks talloze motorkeuringen uit voor onder andere KNMV-leden (met 10% korting) en verbaast zich nog regelmatig over de nonchalance waarmee veel motorrijders over hun banden denken. “En dat terwijl je er maar twee van hebt met een contactoppervlak van ongeveer een bankpasje”, zegt Van Lent. Tijd voor vier tips.

1. Controleer de bandenspanning
“Het komt voor dat motorrijders met 1 of 1,5 bar in de banden aan een ritje beginnen. Ik vind dat moeilijk om te begrijpen, want je motor stuurt natuurlijk niet goed. Meet de spanning als de band nog koud is. Als hij warm is, zet hij uit en geeft hij een andere waarde. Het kan geen kwaad om je eigen metertje aan te schaffen, zodat je niet het risico loopt dat meters anders geijkt zijn. De vereiste spanning kun je in het instructieboekje van je motor vinden, maar het kan ook zijn dat er een sticker op de achtervork of onder je buddy zit. Als je het dan nog niet gevonden hebt, kun je op internet op sites van de motormerken maar ook bandenfabrikanten wel de juiste spanning achterhalen.”

2. Check het profiel
“Er is een wettelijke minimum limiet voor bandenprofiel van één millimeter. Ik vind dat zelf veel te weinig. Heb je minder dan 2 millimeter profiel op je band dan vind ik het echt gevaarlijk worden. En vergeet niet: hoe minder profiel je op je band hebt, hoe langer je remweg wordt. Metertjes om je profiel te checken zijn ook voor gewone particulieren verkrijgbaar. Handig om te hebben, hoor.”

3. Wat geeft de DOT-code aan?
“Op de zijkant van een band staat de DOT-code. De eerste twee cijfers daarvan geven de maand aan, de laatste twee cijfers het jaar waarin de band is geproduceerd. Er zijn fabrikanten die hun banden na zes jaar uit het magazijn gooien. Ik raad motorrijders beslist aan om uiterlijk na een jaar of zeven de banden te vervangen, ook als ze dan nog voldoende profiel hebben. Ouder wordende banden worden hard en glijden meer dan dat ze grip bieden als het koud, nat of glad is.”

4. Spijkerband?
“Strand je onderweg met een spijker in je band, dan is een reparatieplug een uitkomst. Maar zie het als een manier om thuis te komen en niet om vervolgens de band alsnog kaal te rijden. Uit eigen ervaring weet ik dat de proppen er ook uit kunnen vliegen. In autobanden werken pluggen goed, maar een autoband is anders opgebouwd, waarbij je op de wangen van de band rijdt. Een motorband is rond en wordt anders belast. Bovendien is het zo dat je met een plug eerst ook het gat groter moet maken en daardoor beschadig je de band eigenlijk, omdat je de structuur verknoeit. Er zijn ook 'parapluutjes' verkrijgbaar, maar om die aan te brengen moet je eerst de band van de velg halen. En als je al zó ver bent, waarom laat je dan geen nieuwe band monteren?”

Trefwoorden

Meer nieuws