Deze website maakt gebruik van cookies Meer informatie sluiten
Aanmelden nieuwsbrief

Check voor vertrek: je motorketting

Foto: KNMV Foto: KNMV

Een ketting is zo sterk als zijn zwakste schakel. En juist daarom is het onderhouden van je ketting een klusje om even de tijd voor te nemen. Motorkeurmeester Erik van Lent geeft wat tips.

Een ketting heeft het maar zwaar en hij draait zich maar een slag in de rondte. Als er gas wordt gegeven, spant hij zich en als het gas dicht gaat en de rem wordt in geknepen, hoor je hem soms 'klappertanden'. Als het zo ver is, weet je dat het hoog tijd is om die 'life line' die jou aan het rollen houdt, eens van dichterbij te bekijken. “Het smeren van je ketting dient één doel en dat is het tegengaan van slijtage”, zegt Erik van Lent. “Het is natuurlijk afhankelijk van je rijstijl en van de weersomstandigheden waarin je rijdt, maar elke 300 tot 400 kilometer moet je hem toch wel smeren. Het smeren kan op verschillende manieren: met een kettingspray, met kettingvet en ook met smeersystemen als Scottoiler en Osco.”

1. Spray

“Mijn persoonlijke voorkeur gaat uit naar kettingspray. Zorg in ieder geval wel voor een spray die geschikt is voor O-ringkettingen of X-ringkettingen, anders tast je de ringetjes of x-jes in de ketting aan. Spuit de spray achteraan je ketting en draai het achterwiel. Veel mensen denken dat je motor warm moet zijn voordat je de ketting smeert, maar eigenlijk maakt het niet veel uit. Er zit een vluchtige vloeistof in kettingspray die vervliegt. Als dat het geval is, wordt het een plakkende substantie en wordt het vet. Als je je wiel door blijft draaien, ontstaan er van die spinnenwebdraden. Het vluchtige goedje is dan weg en het vet blijft over. Wanneer weet je of je voldoende gesprayd hebt? Als er een beetje lekker vet op zit. Als de ketting één of twee keer rond is geweest tijdens het sprayen is het vaak al voldoende.”

2. Vet

“Vet breng je met een kwastje aan de binnenkant van je ketting aan. Pas op dat je niet van die grote klonten op de ketting smeert, want die vliegen er toch vrij snel af. Te veel vet kan er toe leiden dat er bij je voortandwiel een hele brei vet samen klontert. Als het blok heet wordt, wordt het overtollige vet zacht en zakt naar beneden. Het kan dan lijken alsof je lekkage achter het carterdeksel hebt, maar het is gewoon smeltend vet. Net als bij kettingspray geldt: te veel is onnodig en gewoon zonde.”

3. Zelfsmeersystemen van Scottoiler en OSCO

“Deze systemen zijn zeker handig als je een motor zonder middenbok hebt. Het OSCO-systeem werkt met een oliereservoir, een pompje en een heveltje dat je uittrekt en weer loslaat als je wegrijdt. Je moet dus zelf bepalen wanneer je de ketting smeert. Hier zie je dat je ketting niet heel vet wordt, want af en toe komt er maar een druppeltje op de ketting. Het Scottoiler-systeem werkt ook met een oliereservoir en een leidinkje. Dat slangetje bevestig je aan een vacuümpunt op de carburateurs of injectie. Door het vacuüm vanaf de inlaat gaat er een klepje open in het oliereservoir. Je kunt de druppelfrequentie zelf bepalen. Dat is een afstelwerkje dat wel wat aandacht vergt.”

Trefwoorden

Meer nieuws